“Een zelfhulpgroep verenigt mensen met een gemeenschappelijk probleem of in een zelfde situatie om samen beter te worden.”
Een meer uitgebreide omschrijving van zelfhulpgroepen luidt:
“Zelfhulpgroepen zijn vrijwillige, meer of minder gestructureerde samenwerkingsverbanden van mensen wier activiteiten gericht zijn op het beheersen en overwinnen van aandoeningen en psychische of sociale problemen waardoor ze, persoonlijk of als verwanten, getroffen worden. Zelfhulpgroepen streven geen winst na. Hun doel is het bewerkstelligen van een verbetering in de persoonlijke levensomstandigheden van mensen en vaak ook een verandering van hun sociale en politieke omgeving. In hun activiteiten benadrukken ze gelijkberechtiging, authenticiteit en wederzijdse steun. De groep is een middel om de externe (sociale, maatschappelijke) en interne (persoonlijke, geestelijke) isolatie op te heffen. Ervaringskennis en -deskundigheid vormen de basis van hun optreden. Daarmee onderscheiden ze zich van andere vormen van vrijwilligerswerk en burgerengagement. Zelfhulpgroepen worden daardoor niet door professionelen geleid, velen doen echter een beroep op professionals voor afgebakende probleemstellingen.”
Trefpunt Zelfhulp beheert een databestand van Vlaamse zelfhulpgroepen. Ze verschillen in omvang en structuur. In totaal zijn er 1250 zelfhulpgroepen actief:
De Vlaamse zelfhulpgroepen bereikten in 2004 samen ongeveer 164.000 personen.
Zelfhulpgroepen werden in 2004 gemiddeld 680 keer per jaar opgebeld. De contactnemers zijn niet alleen de probleemervaarders zelf maar ook hun familieleden, kennissen en vrienden. Professionele zorg- en hulpverleners, studenten en journalisten contacteren zelfhulpgroepen eveneens.
Leestip:
Zelfhulpgroepen pakken veel voorkomende, maar ook zeldzame problemen aan. In 2006 werkten de Vlaamse zelfhulpgroepen rond 374 verschillende thema’s. Om het overzicht te bewaren, verdeelt Trefpunt Zelfhulp de zelfhulpgroepen in categorieën onder:
Zelfhulp blijkt van alle tijden te zijn. Van recentere datum is het feit dat lotgenoten zich bewust organiseerden in een groep en een formele structuur uitbouwden met een ledenbestand, afspraken en een bepaalde werkmethode.
In de jaren zestig werden zelfhulpgroepen omschreven als ‘vreemde subculturen van devianten en gestigmatiseerden die zich verenigden tegen een vijandige, onbegrijpende samenleving’.
In het midden van de jaren zeventig werd de anti-professionaliteit als een typisch kenmerk van zelfhulpgroepen beschouwd. De anti-professionele houding werd gezien als een logische reactie tegen de vervreemdende en erg dure professionele zorg waar onpersoonlijkheid troef was.
Op dit ogenblik is het duidelijk dat zelfhulpgroepen zelden strikt anti-professioneel zijn en dat ze evenmin de bestaande zorgverlening kunnen en willen vervangen. Een evenwichtig aanbod van professionele deskundigheid enerzijds en ervaringsdeskundigheid anderzijds blijkt voor mensen met moeilijkheden tot de meest bevredigende resultaten te leiden.
Leestips: