Bij aanmaak van geslachtscellen kan er wel eens een fout optreden. De geslachtscel krijgt dan niet 23 chromosomen, maar bijvoorbeeld 22 of 24 chromosomen. Als dan de foute geslachtscel samensmelt met de andere geslachtscel, ontstaan er meer of minder chromosomen. Een voorbeeld van een vermeerdering van deze chomosomen is het syndroom van Down. Bij het syndroom van Down is er sprake van trisomie 21, dit houdt in dat er drie (tri) chromosomen (somie) 21 aanwezig zijn.
Mensen met downsyndroom hebben enkele karakteristieke uiterlijke kenmerken, waardoor zij meestal duidelijk herkenbaar zijn. Op medisch gebied kunnen zich de nodige problemen voordoen. Zo wordt bijna de helft van hen geboren met een hartafwijking, die overigens in vele gevallen operatief te behandelen is. Preventief geneeskundig onderzoek door artsen of therapeuten die veel kinderen met downsyndroom zien is van groot belang. Door eventuele problemen met de gezondheid vroegtijdig te behandelen zijn de kansen op een goede gezondheid en een betere levensverwachting sterk toegenomen.
Kinderen met downsyndroom ontwikkelen zich trager dan andere kinderen, zowel lichamelijk als verstandelijk. Er is echter een grote variatie in wat ze kunnen bereiken. Niet alleen hun aanleg, maar vooral ook de mogelijkheden die hen geboden worden in hun omgeving spelen daarbij een belangrijke rol.
DOWNSYNDROOM VLAANDERENWerking:
Vanuit Inclusie Vlaanderen (vroeger: Vlaamse Vereniging voor Hulp aan Verstandelijk Gehandicapten) werd in 1994 de Stuurgroep Downsyndroom opgericht. Sinds 2002 bestaat deze werking autonoom onder de naam Downsyndroom Vlaanderen. De stuurgroep is samengesteld uit ouders van een kind met het downsyndroom en kent een regionale spreiding.
Sint-Martinusstraat 14, 2550 KONTICH Afdelingen / Regionale contactpersonen
|